|
U ontvangt deze signalering van de NOvA omdat u in het rechtsgebiedenregister hebt aangegeven op basis van toevoegingen te werken.
Stelt u geen prijs op deze signalering, dan kunt u zich via de link onderaan afmelden. |
|
|
|
|
NOvA - randvoorwaarden kantoorvergoeding
|
| Kantoorvergoeding noodzakelijk voor voortbestaan sociale advocatuur, NOvA ontwikkelt randvoorwaarden |
Een kantoorvergoeding voor de sociale advocatuur is noodzakelijk. De NOvA heeft daarvoor randvoorwaarden opgesteld. Om in aanmerking te komen voor de vergoeding, dient een kantoor uit minimaal drie advocaten te bestaan, die ieder jaarlijks een minimaal aantal toevoegingspunten behalen. Ook wordt aan de kantoorvergoeding verbonden dat kantoren advocaat-stagiairs opleiden. Dat is noodzakelijk om een nieuwe generatie sociaal advocaten op te leiden en te behouden. De Raad voor Rechtsbijstand heeft de randvoorwaarden getoetst en geeft aan dat ze aansluiten bij het advies van de commissie Van der Meer II en beoordeelt ze als uitvoerbaar.
Voor de continuïteit van het stelsel moeten in de komende tien jaar circa 3.000 nieuwe sociaal advocaten worden geworven en behouden. Dit aantal is gebaseerd op bestaande analyses van uitstroom, vergrijzing en structureel onvoldoende instroom van sociaal advocaten. Er zijn echter steeds minder advocatenkantoren waar sociaal advocaten werken. Samenwerkingsverbanden vallen uit elkaar en het aantal éénpersoonspraktijken neemt verder toe. Een belangrijke oorzaak daarvan zijn de kosten die het runnen van een kantoor met zich meebrengt. De huidige vergoeding is gebaseerd op de kosten van een eenpersoonspraktijk en dus onvoldoende om kantoorkosten van te betalen. Het opleiden van advocaat-stagiairs is in een eenpersoonspraktijk nauwelijks te realiseren. Maar ook voor kantoren is het in dienst nemen van een advocaat-stagiair op dit moment te duur. Een kantoorvergoeding om samenwerking te stimuleren en advocaat-stagiairs op te kunnen leiden is absolute noodzaak. Sanne van Oers, algemeen deken: “We kunnen van eenpersoonspraktijken niet verwachten dat zij voor een duurzame instroom van jonge sociaal advocaten zorgen. Daar zijn kantoren voor nodig.”
NOvA helpt
Wat de NOvA betreft ligt de oplossing binnen handbereik: invoering van een kantoorvergoeding, zoals de commissie Van der Meer II ruim een jaar geleden al heeft aanbevolen. De NOvA heeft de randvoorwaarden voor deze kantoorvergoeding opgesteld. De Raad voor Rechtsbijstand heeft ze getoetst. “Met deze voorwaarden willen we de sociaal advocatuur niet nog meer regels opleggen, maar juist zorgen voor vergoeding van de kosten voor de samenwerking in kantoorverband en het opleiden van advocaat-stagiairs”, aldus Van Oers. Bij het vormen van die samenwerkingsverbanden gaat de NOvA helpen. Van Oers: “Wij gaan hierover op korte termijn gesprekken voeren met sociale en commerciële kantoren om een eerste aanzet te geven. Op die manier wordt ook de samenwerking binnen de balie verder bevorderd.”
De randvoorwaarden om de vergoeding te ontvangen
- Een kantoor van minimaal drie advocaten;
- Elke advocaat behaalt gemiddeld 500 toevoegingspunten per kalenderjaar;
- Het kantoor leidt per 3-5 advocaten één stagiair op. (2 stagiairs bij 6-10 advocaten, 3 stagiairs bij 11-15 advocaten etc);
- De advocaat-stagiair is in loondienst van het kantoor;
- Het kantoor borgt kwaliteit en specialisatie;
- Het kantoor heeft een professionele en doelmatige bedrijfsvoering;
- Uitvoering en controle wordt belegd bij de Raad voor Rechtsbijstand, met zoveel mogelijk toetsing vooraf.
Snel invoeren
De NOvA heeft het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand gevraagd te onderzoeken hoeveel kantoren momenteel qua aantallen advocaten en gemiddelde toevoegingspunten in aanmerking komen. Op basis daarvan blijkt dat voor deze invulling van een toekomstbestendig stelsel van de sociaal advocatuur een extra structurele investering van 15 miljoen euro nodig is. Van Oers: “Ik roep de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op de kantoorvergoeding te omarmen en spoedig in te voeren. Er zijn het afgelopen jaar ook andere ideeën geopperd, maar wat ons betreft is de kantoorvergoeding een randvoorwaarde om te zorgen voor een duurzame, kwalitatief goede, onafhankelijke en bereikbare advocatuur voor iedereen in Nederland. Dit is immers een essentiële pijler van de democratische rechtsstaat.” Daarnaast ziet de NOvA dat op korte termijn mogelijk aanvullende, tijdelijke maatregelen nodig zijn omdat er acute tekorten ontstaan. De NOvA denkt graag mee over de invulling daarvan. |
|
|
| Waarom komt er geen vergoeding voor eenpersoonspraktijken die advocaat-stagiairs opleiden? |
| Eenpersoonspraktijken beschikken vaak niet over de financiële ruimte om stagiairs op te leiden. Het huidige stelsel voorziet in een redelijke vergoeding voor de praktijkvoering van eenpersoonspraktijken, maar houdt geen rekening met de structureel hogere kosten en risico’s die samenhangen met werken in kantoorverband. Het gaat daarbij niet alleen om de kosten van het opleiden van advocaat-stagiairs, maar ook om bredere en blijvende kantoorkosten, zoals gezamenlijke kantoorvoering, ondersteunende infrastructuur, kwaliteitsborging, interne afstemming en organisatorische taken. Een gemiddelde praktijkgrootte zorgt voor flexibiliteit. |
|
|
| Waarom geldt de kantoorvergoeding alleen voor advocaatstagiairs in loondienst? |
| Net als de Commissie Van der Meer II is de insteek van de NOvA dat de kantoorvergoeding wordt ingezet om het opleiden van nieuwe advocaten binnen duurzame kantoren te stimuleren. Daarbij hoort dat advocaatstagiairs in loondienst zijn van het kantoor. Kantoren die stagiairs in loondienst hebben, zijn zelf verantwoordelijk voor hun opleiding, begeleiding en kwaliteit, en dragen ook de financiële risico’s. De kantoorvergoeding is bedoeld als (gedeeltelijke) compensatie van kosten en risico’s. Bij een stagiair-ondernemer liggen het inbedden van opleiding en begeleiding vooral bij de stagiair zelf en dragen alleen zijzelf het ondernemingsrisico. De kantoorvergoeding is daarom gericht op situaties waarin het kantoor deze taken en risico’s op zich neemt. |
|
|
| Hoe hoog is de kantoorvergoeding? |
| De kantoorvergoeding bedraagt 14,82 euro per advocaat per toevoegingspunt (prijspeil 2024, exclusief btw) en is bedoeld voor advocaten die in kantoorverband werken en een sociaal advocaat opleiden. Toekenning van de kantoorvergoeding vindt plaats als wordt voldaan aan de randvoorwaarden en wordt uitbetaald aan het kantoor. |
|
|
|
Algemeen deken Sanne van Oers over de kantoorvergoeding
|
| 'Nu doorpakken!' |
Een ambitie binnen handbereik: het sociaal advocatenkantoor van de toekomst! Kantoren waar sociaal advocaten graag werken, advocaat-stagiairs kundig worden opgeleid en cliënten hun toegang tot het recht kunnen vinden. Kantoren waar je met elkaar over dossiers kan sparren, dilemma’s kan voorleggen en elkaar tijdens ziekte of vrije dagen kan vervangen. Kantoren met een toekomstgerichte en innovatieve blik, met een langetermijnvisie op het opleiden en behouden van jong talent. Die ambitie hoeft niet langer toekomstmuziek te zijn.
Lees verder |
|
|
| Kantoorvergoeding moet kweekvijver in ere herstellen (Advocatenblad) |
De komende tien jaar zijn drieduizend nieuwe sociaal advocaten nodig om aan de vraag naar gefinancierde rechtsbijstand te voldoen. Die opdracht vergt een vergoeding voor kantoren die stagiairs in loondienst nemen, stelt algemeen deken Sanne van Oers.
Lees verder |
|
|
| Onderzoek: afgebroken routes II |
Het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand is erop gericht om mensen met een juridisch probleem tijdig passende rechtsbijstand te bieden. Een deel van de rechtzoekenden ervaart echter drempels op hun rechtsroute die maken dat ze uiteindelijk geen gebruik maken van gesubsidieerde rechtsbijstand, terwijl ze daar (ook in objectieve zin) wel baat bij zouden hebben. Het Kenniscentrum onderzoekt, als onderdeel van zijn onderzoeksprogramma, situaties waarin de route naar een sociaal advocaat of mediator wordt afgebroken.
Lees het rapport |
|
|
| Groter deel bevolking ervaart juridische problemen |
Het aantal mensen in Nederland met één of meer juridische problemen is licht gegroeid. De toename zit vooral in kwesties over wonen en werk, en gezondheidsproblemen veroorzaakt door derden, zoals een verkeersongeluk. Dit blijkt uit een vijfjaarlijks WODC-onderzoek over de toegang van burgers tot het recht, juridische instanties en procedures. Uit het onderzoek blijkt ook dat het aantal mensen met een juridisch probleem dat actie onderneemt, weer een beetje is afgenomen. Dat zou kunnen duiden op verslechtering van de toegang tot het recht. Positief is dat partijen die elkaar wél treffen, steeds vaker overeenstemming bereiken.
Lees het rapport |
|
|
|
|